© website eigenaars Rob Derksema, Rob Wijnands 2013

Volkstuinvereniging ”Achter de Vuurlijn”

Standplaats Licht: Zwartebessenstruiken groeien het best op een luchtige, zonnige plaats. Op schaduwrijke plaatsen en onder fruitbomen zijn ze vatbaar voor schimmelinfecties. Bodem: Licht vochtige, goed bemeste, lichtzure tot licht alkalische grond (pH 6 – 6.9). Bemesting Zwarte bessen houden van voedselrijke grond. Mest in het voorjaar bij met een organische meststof die rijk is aan stikstof. Te veel stikstof kan echter aantasting door Amerikaanse kruisbessenmeeldauw bevorderen. Tijdstip om te snoeien Snoei jaarlijks bij voorkeur tijdens of na de oogst, maar gedurende de maanden juli t/m februari kan eveneens. Gebruik een takkenschaar, dat bespaart u veel werk. Werkwijze Snoei terug tot op zo laag mogelijk ingeplante, stevige jonge scheuten (eenjarige twijgen). Laat per struik ongeveer 10 – 12 twijgen staan, afhankelijk van de plantafstand. Snoei de zwakste twijgen zo laag mogelijk weg. Eenjarige twijgen herkent u aan de opvallend bleke kleur. Op ouder hout (donker van kleur) en zwakke, korte eenjarige twijgjes zijn de bessen en de trossen kleiner. Dun tijdens de zomer overtollige nieuwe grondscheuten tijdig uit. Hiermee voorkomt u topsterfte en bevordert u het uitlopen van de onderste ogen. Het aantal scheuten dat u per plant moet behouden hangt af van de plantafstand. Behoud bij een afstand van 1.2 meter maximaal 12 stevige, gelijkmatig over de struik verdeelde, jonge scheuten.
zwarte bessen
In juli draagt de struik vruchten op hout van het vorig jaar. Er zijn ook veel nieuwe jonge scheuten.
Snoei de zwakke en vertakte takken die trossen gedragen hebben weg. Dun de overige scheuten goed uit, zodat er ca. 10 - 12 stuks per struik overblijven.
terug naar het hoofdmenu terug naar kleinfruit submenu
achterdevuurlijn