© website eigenaar   Rob Wijnands 2013

Volkstuinvereniging ”Achter de Vuurlijn”

In 1939, als Teun drie maanden oud is, trekken zijn ouders in het huis aan de Vuurlijn. De overgroot opa van Teun laat het huis in 1877 bouwen voor het bedrag van 99 gulden en 50 cent. De opa van Teun is visser. In die tijd is de Legmeerpolder nog een meer. Het Noorder Legmeer en het Zuider Legmeer. Het Noorder Legmeer, dat loopt van Amstelveen en Bovenkerk tot Aalsmeer wordt als eerste drooggelegd omdat het, als het stormt, voor overstromingen in Bovenkerk zorgt. Met Teun mee telt het katholieke gezin zestien kinderen. Tien jongens en zes meiden. Teuns moeder had het liever andersom gezien want de jongens geven elkaar een dreun als er onenigheid is en dan is het maar klaar. Met meiden is het een heel ander verhaal. Een vol huis, waar opa ook woont en waar in de oorlog kinderen die weer op krachten moeten komen, opgenomen worden. Ook Joodse onderduikers vinden een veilige plek bij de ouders van Teun. Telkens twee personen die maximaal drie weken blijven. Uit veiligheidsoverwegingen brengt de vader van Teun ze dan naar Mijdrecht, waar ze ook weer drie weken blijven. In een schuur op het land slapen ’s nachts soms wel 10 mensen uit omliggende dorpen die uit angst voor razzia’s hun huis ontvluchten. Er is altijd genoeg te eten, men leeft van wat de natuur geeft; het land, het water en de polder waar veel eetbaars loopt en vliegt. De kinderen slapen op zolder, een gordijn zorgt voor de scheiding tussen de jongens en de meisjes. Als het elfde kind zich meldt wordt het huis te klein en wordt er een stuk aangebouwd. Het huis wordt gemoderniseerd en de oude bedsteden gaan eruit om ruimte te maken voor een grotere woonkamer. Zestien kinderen De vader van Teun koopt één hectare grond. De grond waar nu nog de kassen van de buurman op staan. Eerst verbouwt de vader van Teun groenten, later ook lof en chrysanten. Een stukje grond dat over is wordt moestuin. De groenten voor de verkoop worden opgehaald met een boot en gaan zo naar de groenteveiling in Vinkeveen. Later komen er ook kassen met lathyrus, anemonen en chrysanten. Alle kinderen helpen mee in het bedrijf en in de moestuin. Het kweken van chrysanten is een hele klus. Als de knop kleurt wordt de plant met een kluit van ongeveer 15 centimeter opgestoken en in de praam (een platte, open boot) naar de kas vervoerd. Daar gaat de plant de volle grond in, krijgt de plant veel water en wordt geknipt als hij in bloei komt. Om de bloem gaan vaak zakjes, dit om de bloem te beschermen. Na de bloei wordt een deel van de planten weer gestekt. Behalve werken is er ook tijd voor ontspanning. Als het warm weer is vult de vader van Teun de praam met water en kunnen de kinderen heerlijk badderen en leren zwemmen. Naast zijn werk en het opvoeden van zestien kinderen vindt de vader van Teun ook nog tijd voor het wethouderschap. Amsterdams afval Via de meren komen de boten met keukenafval uit Amsterdam. Het afval in een grote boot, getrokken door een klein sleepbootje. Het afval moet compost worden en wordt op de landerijen, het hoge land, gegooid. Als de meren worden ingepolderd is het afgelopen met de stort. De mooie scherven die in de grond zitten, de vele pijpenkopjes en heel soms een sieraad herinneren aan die tijd. Vechten Op dansen ontmoet Teun Jannie. Jannie woont in Zevenhoven en na de dansles brengt Teun haar naar huis. Dat is niet gebruikelijk in het dorp en Teun wordt zeer onvriendelijk aangesproken door twee mannen. Nu is Teun niet bang voor een potje vechten maar daar wil Jannie niets van weten. Als hij gaat vechten wil ze hem nooit meer zien. Teun kiest eieren voor zijn geld en in 1963 trouwen zij. Zij krijgen drie dochters. Hun eerste huis staat in De Kwakel, midden in het dorp. Nu is daar een patattent. Hun tweede huis ligt aan de Boterdijk. Ook dat huis heeft plaats gemaakt voor nieuwbouw. Bij alle huizen ligt een tuin en Teun houdt na het overlijden van zijn vader ook de tuin voor zijn moeder bij. Later koopt hij het ouderlijk huis met 1500 vierkante meter grond van zijn moeder. Werk De vader van Teun sterft jong. Een jaar lang runt Teun de kwekerij. Hij heeft de kennis, naast alle ervaring heeft hij ook de tuinbouwschool gedaan, maar zijn hart ligt er niet in. Zijn zwager koopt de kwekerij en Teun heeft verschillende banen. Hij werkt bij een veevoederhandel. Daar wordt hij beresterk want hij draagt zakken van 100 kilo op zijn hoofd. Ook werkt hij bij een sloopbedrijf, hij zit op de kraanwagen en hij werkt als chauffeur. Voor zijn baas bouwt hij een garage van 600 vierkante meter. Hij maakt zelf de bekisting voor de fundering en alle kozijnen. Voor de andere werkzaamheden huurt hij mensen in. Het gebouw staat er nog steeds. Als je van Uithoorn naar Amstelveen rijdt ligt het gebouw schuin naast het gebouw van Kaatee transport. Hobby’s Teun houdt van werken tot hij erbij neervalt. Stilzitten is niets voor hem. Het is heel frustrerend dat hij, nu hij eenentachtig jaar is en lichamelijk erg achteruit gaat veel dingen niet meer kan doen. Hij heeft zo veel hobby’s en zoveel interesses maar het lukt niet meer. Tuinieren gaat moeizaam, vissen is voorbij, timmeren gaat ook niet meer want sinds zijn herseninfarct kan hij slecht onthouden. In het verleden gaat Teun wel drie tot vier keer per week 's nachts vissen. Hij houdt van vissen op paling. Peuren is een uitstekende methode om paling te vangen. Je rijgt in de lengte wormen aan een draad. Die draad wikkel je om je vingers en het bosje dat zo ontstaat hang je aan je hengel. Net boven de bodem beweeg je het bosje heen en weer. De paling hapt in de worm en blijft met zijn tandjes achter het draadje hangen. Dan haal je de draad heel voorzichtig binnen. Nu is er vrijwel geen paling meer en peuren is strafbaar. Teun houdt van werken met hout. In zijn goede jaren bouwt hij alle huisjes op zijn landgoed en kassen, bakken en huisjes voor de tuinders achter zijn huis, en hij draait heel veel houten voorwerpen. Het stukje grond van de tuinvereniging Het stuk grond achter zijn huis is ooit boerenland met koeien. De boer woont in het dorp en komt met de roeiboot langs om de koeien te melken. Dan koopt Krijn Arendse de grond. Hij zet gele Forsythia en Zonneoog (Heliopsis) op de grond. Als de handel niets meer opbrengt gaat hij de grond in kleine stukjes verhuren. Na zijn overlijden neemt zijn kleinzoon de grond over. Teun en de tuinders De tuinders betekenen veel voor Teun. Hij heeft veel contact met de mensen en doet heel erg veel voor ze. Hij geeft ze materiaal, maakt kastjes en schuren voor ze, spit, legt indien nodig drainagebuizen aan, wat doet hij niet! Dat gaat nu niet meer maar nog steeds geeft hij materiaal, zaailingen en plantjes. Je kunt altijd gereedschap van hem lenen en hij geeft handige tips. Behalve dat het geweldig is voor de tuinders, is het voor Teun ook fijn; het geeft hem iets om handen en hij heeft veel aanspraak. Het gaat hem wel eens aan zijn hart als hij ziet wat een puinhoop sommigen er van maken. Ook voor de eigenaar betekent hij veel. Tot voor kort beheert hij het hek en houdt de boel in de gaten en alle nummerbordjes die in de tuinen staan, zijn van zijn hand. Teun en de vereniging Een groot aantal tuinders heeft veel aan Teun te danken, zonder hem geen huisje, kasje, gereedschap, vervanging voor mislukte plantjes of goede raad. Ook de vereniging heeft veel aan Teun te danken. Teun maakt het mededelingenbord en als de vereniging hem vraagt een bord te maken voor de Opendagtuin is het bord binnen de kortste tijd klaar. Zonder Teun wordt het lastig vergaderen! De ruimte in de garage is een prima overdekte plek en de vereniging mag hem altijd gebruiken. En dan de jaarlijkse barbecue waarvoor Teun zijn erf openstelt! Tips Teun heeft één hele belangrijke tip: schoffelen en doorkrabbelen. Doorkrabbelen doe je door met je vingers de grond tussen planten waar het lastig schoffelen is los te maken. Zo krijgen de zaadjes geen kans om te ontkiemen want ze drogen uit. Daarnaast altijd de tuin vóór de winter spitten. De grote hompen aarde vriezen stuk en zijn makkelijk te verpulveren. Voor de fanatiekelingen: baggeren! Met een baggerbeugel schep je de bagger uit de sloot. Die laat je één dag drogen. Dan bouw je van de gedroogde bagger een muurtje vlak bij de sloot en bagger je vrolijk verder. Door het muurtje kan de bagger niet weglopen. Na het spitten verdeel je de bagger over het land en heb je de zachtst denkbare aarde.
De man die niet stilzitten kan
Interview met Teun Voorn
naar startpagina naar startpagina naar een ander interview naar een ander interview
Jannie en Teun Voorn
het ouderlijk huis, bouwkosten 99 gulden en 50 cent
drie dochters op de 1500 m 2 grond
zwemles in de praam
de tuinders
de jaarlijkse ledenvergadering in de garage
bij de boom ligt nu de brug
een hectare grond
scherven en pijpenkopjes
achterdevuurlijn