© website eigenaars Rob Derksema, Rob Wijnands 2013

Volkstuinvereniging ”Achter de Vuurlijn”

Standplaats Licht: aalbessen groeien het best op een zonnige plaats, maar verdragen ook halfschaduw. Bodem: de aalbes vraagt droge of matig natte, lichtzure tot neutrale grond. Het type grond op ons volkstuincomplex in De Kwakel leent zich uitstekend voor de teelt van trosbessen. Bemesting Trosbessen zijn op lichte grond erg gevoelig voor een tekort aan kalium. Jaarlijks bijmesten in het voorjaar is wenselijk. Een ruime hoeveelheid compost wordt eveneens op prijs gesteld. Tijdstip om te snoeien Aalbessen kunnen op twee momenten in het kalenderjaar worden gesnoeid. De zgn. zomersnoei, die valt net nadat de bessen zijn geoogst en de wintersnoei die in de maanden januari, februari en maart kan plaatsvinden. De wintersnoei biedt een aantal belangrijke voordelen: minder uitgepikte ogen (vogels), minder last van de schimmelziekte “vuur” en de rupsen van de bessenglasvlinder zitten op dat tijdstip boven in hun gangen en worden met de snoei opgeruimd. Wij beperken ons tot de wintersnoei. Wintersnoei Zoals gezegd valt de belangrijkste snoei in de maanden januari tot en met maart. Bij voorkeur in maart omdat het risico op schade door een vorstperiode dan het kleinst is. Bessenstruiken zijn opgebouwd uit twee soorten hout. De stevige hoofdtakken, de zgn. gesteltakken en het daarop groeiende vruchthout, waarop de bessen zullen gaan verschijnen. Een gezonde bessenstruik bestaat uit 5 à 7 gesteltakken. Meerdere takken dienen te worden verwijderd. Eventueel kan een enkele nieuwe scheut worden gespaard om het volgend jaar de plaats in te nemen van een dan te verwijderen oude gesteltak. Op deze 5 à 7 gesteltakken bevindt zich het vruchthout. Het ideale vruchthout bezit een lengte van 10 à 20 cm. Vruchthout dat veel langer is dient te worden afgesnoeid tot op ca. 1 cm van de hoofdtak (gesteltak). Zijhout lager dan 20 à 25 cm dient te worden verwijderd.
rode aalbes “Jonkheer van Tets”
witte aalbes
rode en witte aalbessen (trosbessen)
1
2
3
1. Te ondiep geplant, waardoor verjonging later moeilijk is. 2. Plant liever voldoende diep, zoals hier getoond; snoei de jonge twijgen fors in, zodat ze beter vertakken. 3. Veel vertakkingen laag tegen de grond zijn ontstaan. 4. Verwijder afhangende en kruisende twijgen, beperk u tot 5 tot 7 gesteltakken. 5. De hoofdtwijgen worden ingekort op ca. 1.25 meter; kort het zijhout in tot op bruikbare vruchttwijgjes; laag afhangend zijhout wordt verwijderd.
4
5
terug naar het hoofdmenu terug naar kleinfruit submenu
achterdevuurlijn